Portal
Language
 
Home>Knowledge Base>4. Service>Draadloos - thuisnetwerk aanleggen en onderhouden
Information
Article ID222
Created On10/14/2011
Modified10/14/2011
Draadloos - thuisnetwerk aanleggen en onderhouden

Een (draadloos) netwerk/internet aanleggen

Steeds meer families hebben tegenwoordig meerdere computers in huis staan, de oude PC weggooien is immers zonde. Ze met elkaar verbinden wordt echter niet vaak gedaan, terwijl een thuisnetwerk juist erg handig kan zijn. De voordelen: één internetverbinding voor alle PC's, gedeelde printers en de mogelijkheid om bestanden uit te wisselen. Deze pagina gaat over het aanleggen van een goed beveiligd draadloos netwerk met een wireless (=draadloze) modem / router, waarbij de printer en bestanden kunnen worden gedeeld.

Voor een (draadloos) netwerk heeft u minimaal een (draaloze) modem/router nodig
Er is in grote lijnen keuze uit twee soorten modem / routers: bedrade en draadloze. Er is een verschil tussen een modem en een router. Een modem legt contact met ons en zorgt er dus voor dat u internet heeft. Een losse router is alleen verantwoordelijk voor het verkeer en de verdeling van data in uw huisnetwerk. ZET solutions levert tegenwoordig altijd beveiligde draadloze gecombineerde modem/routers uit.

Draadloze modem / routers zijn verkrijbaar in verschillende snelheden. Meest gangbaar is de g-standaard maar bij nieuwe aanschaf dient u een modem / router te kopen die de n-standaard voor WIFI of draadloos verkeer aan kan. Indien u een draadloze modem / router koopt in de winkel, vraag dan altijd of deze mag worden teruggebracht indien hij niet naar wens functioneert.

De meeste modem / routers (bedraad of draadloos) zijn voorzien van 3 of 4 LAN poorten waarop de computers, met gebruik van CAT5- of CAT6-kabels (CAT6 gebruikt u bij een gigabit netwerk), direct kunnen worden aangesloten. Het is verstandig de computers zo beperkt mogelijk draadloos aan te sluiten, want elke computer die draadloos gaat is een mogelijke probleemveroorzaker. Daarnaast kan het voorkomen dat draadloze computers elkaar storen. Ze maken gebruik van dezelfde draadloze bandbreedte, hetgeen ook nog eens resulteert in een tragere verbinding.

Losse draadloze router
Indien u een losse draadloze router koopt, die u achter een ouder type modem hangt, dan dient u de kabel uit het modem aan te sluiten op de WAN poort van de draadloze router. Op deze manier krijgt elke met de router verbonden computer via deze poort toegang tot het internet. De voorkeur gaat echter absoluut uit naar zo min mogelijk apparaten in huis. Bij twijfel kiest u dus voor de door ZET solutions geleverde draadloze combinatie modem/router (momenteel type Linksys WAG120N). Deze wordt door ons namelijk ondersteund en werkt goed met onze ADSL verbinding.
Is er toch een probleem, controleer dan eerst of het probleem blijft bestaan wanneer de losse router uit het netwerk wordt gehaald. Heeft de direct op de modem aangesloten computer nog steeds geen verbinding, dan haalt u de stekker van het modem kort uit het stopcontact en sluit het na 15 seconden weer aan. Nogmaals controleren of er internet pagina’s getoond worden. Niet? dan is dit het moment om ZET solutions te bellen.

Kabels voor aansluiting op modem/router
Voor een normale aansluiting op de modem/router zijn UTP CAT5 (UTP CAT6 voor gigabit netwerk)-kabels nodig (geen crosskabels, deze zijn alleen geschikt om twee PC's direct aan elkaar te koppelen, zonder tussenkomst van een router). UTP Cat-5 computerkabels kosten slechts enkele euro's, afhankelijk van de lengte. In de meeste gevallen wordt er één meegeleverd met de modem en of de router. Ook moet de PC voorzien zijn van een LAN poort (standaard aanwezig bij alle nieuwere PC's). Is deze niet aanwezig, dan moet daarvoor nog een PCI netwerkkaartje worden aangeschaft (deze kost ongeveer 15 euro).
Voor de draadloze aansluiting van de PC en laptops zijn speciale USB-adapters (15 tot 45 euro)  of PCI-kaarten (15 euro)  verkrijgbaar. Ook hier kiest u voor een adapter die de N-standaard ondersteund. Het best kunt u een USB adapter kiezen van hetzelfde merk als de router. De verschillende merken zouden uitwisselbaar moeten zijn, maar toch...

Printers in het netwerk
Er zijn twee manieren om printers aan te sluiten in een netwerk: via de computer of als netwerkprinter via de router. In dit laatste geval dient u wel te beschikken over een netwerkprinter. Blijft de printer aan de computer gekoppeld, dan moet deze worden gedeeld om het voor andere computers mogelijk te maken daarop te printen. Wordt er vanaf een andere PC een printopdracht naar de printer gestuurd, dan moet de PC waarop de printer is aangesloten wel aan staan. Bij gebruik van een netwerkprinter is dit niet nodig. Een netwerkprinter sluit u met een kabel aan op uw modem / router waarna hij te benaderen is door iedere PC en laptop die communiceren via de modem / router. Let er bij aanschaf van een printer op dat het een wifi of netwerk printer is. Vaak is in dit geval ook nog aparte software nodig die op iedere PC moet worden geïnstalleerd en die door de printer fabrikant wordt geleverd.


De (draadloze) modem / router plaatsen
De beste locatie voor het modem en de router of de modem/router is daar waar de splitter zich bevindt. Zodoende wordt een web aan netwerkkabels voorkomen (het is toch niet voor niets een draadloos netwerk)! Met de meegeleverde kabels sluit u de LAN poort van het ADSL modem aan op de WAN poort van de losse draadloze router. In sommige gevallen (afhankelijk van de locatie van de aansluitpunten) kan niet worden voorkomen dat een kabel door het huis moet worden getrokken. Is dit niet gewenst dan kunnen de splitter, modem én draadloze router altijd nog in of nabij de meterkast worden geplaatst. Bedenk wel dat ze in geval storingen gemakkelijk bereikbaar moeten zijn zodat de router en modem opnieuw kunnen worden opgestart. Ook hier geldt echter dat de voorkeur uitgaat naar één gecombineerd draadloos modem/router om verwarring te voorkomen en beheer simpel te houden. Bel als ADSL abonnee ZET solutions op als u een dergelijk apparaat wenst aan te schaffen.

Let op bij plaatsing van de draadloze modem/router dat de signaalontvangst van de draadloze zender gevoelig is voor storingen van DECT-telefoons, magnetrons, meterkast, gewapend betonnen vloeren, etc. Daarnaast kan de ontvangst op sommige locaties tegenvallen waardoor er een centralere plek voor de router in het huis gekozen moet worden. In het ergste geval moet bij een draadloze router dus één kabel worden getrokken. De losse draadloze router zal dan op een andere locatie in huis geplaatst moeten worden.

Het is verstandig eerst uw internetverbinding aan te sluiten en werkend te hebben. Indien u een losse draadloze router heeft sluit u de kabel uit het ADSL modem aan op de WAN poort van de draadloze router. Lukt het de installatiesoftware niet het ADSL-modem te vinden, dan is de kans groot dat deze wordt geblokkeerd door een firewall. Schakel deze daarom tijdelijk uit!

LET OP: Na een stroomstoring moet het ADSL-modem veelal opnieuw worden opgestart (met het aan/uit knopje of de stekker even uit het stopcontact halen).


Klaarmaken van de PC voor de ADSL internetverbinding
Controleer of de netwerkverbinding tot stand is gebracht (XP: bij onderdeel Netwerkverbindingen van het configuratiescherm, Vista: bij onderdeel Netwerkcentrum van het configuratiescherm en Windows 7 via Configuratiescherm -> Netwerk en internet -> Netwerkcentrum). De verbinding wordt doorgaans vanzelf opgezet, waarbij automatisch een IP-adres wordt verkregen van de DHCP-server van de router.

Controleer eerst of de LAN-verbinding is ingeschakeld, in Windows Vista en Windows 7 is dat direct duidelijk na een blik op het netwerkcentrum. In Windows XP staat de status achter de verbinding: klik met rechts op de verbinding en kies Inschakelen wanneer deze is uitgeschakeld.



Windows XP -> Netwerkverbindingen


Windows (Vista) 7 -> Netwerkcentrum

De instellingen kunnen ook eenvoudig worden gewijzigd. In Windows 7 gaat dat via de link LAN-verbinding in het Netwerkcentrum, knop Eigenschappen. In Windows Vista gaat dat via de link Status weergeven in het Netwerkcentrum, knop Eigenschappen. In Windows XP moet bij het onderdeel Netwerkverbindingen met rechts op de LAN-verbinding worden geklikt, om vervolgens Eigenschappen te selecteren. Controleer eerst of het Internet-protocol (TCP/IP) is aangevinkt. Controleer tevens via de knop Eigenschappen van het venster van het TCP/IP-protocol of deze staat ingesteld op automatisch toewijzen (dat is voldoende voor een router met een DHCP-server). Naast het standaard TCP/IPv4-protocol (IP-adres bestaande uit 4 delen) wordt vaak ook het nieuwe TCP/IPv6-protocol (IP-adres bestaande uit 6 delen) vermeld. Wordt de v6-variant (nog) niet ondersteund door de internetprovider dan kan deze net zo goed worden uitgeschakeld.

Schakel, wanneer deze niet nodig is, tevens de Bestands- en printerdeling voor Microsoft-netwerken uit zodat het niet meer mogelijk is bestanden cq. printers op de betreffende PC te delen met andere gebruikers van het netwerk. Een onnodig veiligheidsrisico dat beter afgedicht kan worden als er toch geen gebruik van wordt gemaakt. Het blijft vervolgens nog steeds mogelijk toegang te krijgen tot gedeelde bestanden en printers op een andere computer.

Windows XP versus Windows Vista / Windows 7


In Windows Vista wordt het verbindingsicoontje standaard rechts onderin het systeemvak getoond, zodat de status van de verbinding snel toegankelijk is (in Windows 7 is de status te achterhalen met de link LAN-verbinding in het Netwerkcentrum). Dit kan ook in Windows XP worden ingesteld door de optie Pictogram in systeemvak weergeven gedurende de verbinding te activeren (zie afbeelding). Vermeldt het statusvenster bij onderdeel Ontvangen 0 bytes (dus geen activiteit), dan is er een probleem met de communicatie met de router. Controleer in dat geval de firewall-instellingen, de kabels en reset eventueel de router.








Het ingestelde IP-adres is te achterhalen via de knop Details (Windows Vista / Windows 7) of via het tabblad Ondersteuning (Windows XP). In onderstaand geval is deze toegekend door de DHCP-server van de router. Het IP-adres wordt gebruikt voor de identificatie van de computer in het netwerk en begint met dezelfde range getallen als het IP-adres van de router. Het IP-adres van de router wordt vermeld bij Standaard-gateway en begint meestal met 10.0.0.xxx of 192.168.x.xxx. (door dit IP-adres in te tikken in de adresbalk van Internet Explorer kan doorgaans worden ingelogd op de modem-router). Begint het getoonde IP-adres met 169, dan is er een communicatieprobleem met de router.









Is er in Windows XP nog steeds geen verbinding met internet, start dan Internet Explorer, ga via Extra, Internetopties naar het tabblad Verbindingen en klik op de knop Instellen. Vervolgens moet de wizard worden doorlopen door achtereenvolgens te kiezen voor Verbinding met het Internet maken, Ik wil handmatig een verbinding instellen en tot slot de optie Verbinding maken via permanente breedbandverbinding te activeren. Activeer in het eerste scherm tevens de optie dat de internetverbinding nooit gekozen moet worden (is niet altijd mogelijk).


Router instellen

Vervolgens moet de router worden ingesteld. Geef het IP-adres van de router (bijvoorbeeld 192.168.1.1) op in de adresbalk van Internet Explorer. Log vervolgens in met het standaard wachtwoord (zie de handleiding, meestal admin;.het is verstandig dit wachtwoord direct te wijzigen maar dan wel te noteren waarin u het wijzigd). Nu kan de internetverbinding tot stand worden gebracht, er is immers een netwerkverbinding met de router aangemaakt. De router zelf moet echter eerst weer met het internet worden verbonden. In de meeste gevallen staat de internetverbinding (ook wel gateway genoemd) al correct ingesteld (zoek naar een term als Obtain IP-address automatically/Dynamic IP-address). Sla de nieuwe instellingen op en herstart de router. Lukt het niet contact te krijgen met internet, neem dan eventueel even contact op met de helpdesk van de betreffende fabrikant om de juistheid van de routerinstellingen te doorlopen.

Eerste hulp bij Problemen

  1. Plotseling geen verbinding meer
    Bij plotselinge verbindingsproblemen is het verstandig eerst zowel de computer als de router opnieuw op te starten (bijvoorbeeld door de stroom er even af te halen) voordat er uitgebreid naar een oorzaak wordt gezocht. Met het commando PING (bijvoorbeeld PING 192.168.1.1, als dat het IP-adres van de router is) kan de verbinding met de router worden getest. Start daarvoor de Opdrachtprompt met het commando CMD in het uitvoer-/zoekvenster van het startmenu. Het commando IPCONFIG /all kan van pas komen bij het achterhalen van het IP-adres.

  2. Router resetten naar fabrieksinstellingen
    Is het niet meer mogelijk in te loggen op de router of het modem omdat het wachtwoord kwijt is? Reset dan de router naar de fabrieksinstellingen, zie daarvoor de handleiding of de website van de modem/routerfabrikant.


Router instellen voor een draadloze verbinding
Het instellen van een draadloze router is doorgaans niet echt moeilijk, het gaat er echter om dat er een goed beveiligde verbinding wordt gerealiseerd. Start een internetbrowser en log in op de router, ga vervolgens naar het onderdeel wireless/draadloos/WLAN. Eerst moet het draadloze netwerk een naam (ook wel SSID genoemd) worden geven. Stel de SSID van het netwerk in op een niet zo voor de hand liggende naam en laat de rest van de beveiliging voorlopig achterwege. Het moet nu vrij eenvoudig zijn om een draadloze verbinding te maken. Met een dubbelklik op het draadloze icoontje in het systeemvak rechts onderin het scherm worden de beschikbare draadloze netwerken getoond. Selecteer hier het netwerk met de eerder opgegeven SSID. Er wordt vervolgens automatisch verbinding gemaakt.


Windows XP versus Windows 7


TIPS voor een goede draadloze verbinding

Router instellen op G of N-only
Wordt er uitsluitend gebruik gemaakt van draadloze apparatuur volgens de specificaties van de G of N-standaard, stel dan (indien mogelijk) de draadloze router in op G- of N-only. Dit kan een merkbare verbetering van de ontvangst opleveren.

Kies een draadloos kanaal met weinig storing
Voor het uitzenden van het draadloze signaal zijn dertien verschillende frequentiekanalen beschikbaar. Wordt een kanaal door meerdere draadloze netwerken tegelijk gebruikt, dan resulteert dat gegarandeerd in storingen. Maar ook het gebruik van een naastliggend kanaal kan problemen opleveren! Door in die gevallen de ingestelde frequentie te wijzigen, kan de kwaliteit van de draadloze verbinding aanzienlijk worden verbeterd.

Herstel verbinding na ontwaken uit de slaapstand
Duurt het vrij lang voordat de internetverbinding weer is opgebouwd nadat de computer uit de slaapstand komt? Maak dan gebruik van een statisch IP-adres in plaats van eentje die automatisch door de router wordt toegewezen, het opnieuw opbouwen van de verbinding zou dan een stuk sneller moeten gaan. Wordt gebruik gemaakt van meerdere draadloze netwerken, overweeg dan gebruik te maken van Net Profiles of NetSetMan (zie verderop) om aanmeldproblemen te voorkomen.

SSID broadcast uitschakelen
Het is verstandig het uitzenden van de SSID uit te schakelen door in de router de optie hide SSID (of iets dergelijks) te activeren. Dat maakt het ongenode gasten een stukje lastiger het draadloze netwerk te vinden. Doe dit pas wanneer de verbinding naar behoren functioneert.

MAC-Address control
Meestal heeft een router ook de mogelijkheid om op MAC-adres (specifiek voor elk draadloos apparaat) te controleren. Daarmee kan toegang worden verleend aan de eigen draadloze apparatuur en kan elke andere worden geweigerd. Dit geeft iets meer beveiliging, maar is op zich wel gemakkelijk te omzeilen door een van de MAC-adressen te klonen. Het is verstandig gebruik te maken van deze optie wanneer het draadloze netwerk onbeveiligd is. Zorg er dan wel voor dat het MAC-adres van de eigen computer in de lijst komt te staan, anders wordt deze buitengesloten!

Voorkeursnetwerk
Zet de computer een verbinding op via het draadloze netwerk van de buren (meestal te merken aan een trage en slechte draadloze verbinding)? Dit kan worden opgelost door het eigen netwerk in te stellen als voorkeursnetwerk. Zie bij Windows XP het tabblad Draadloze Netwerken van de Eigenschappen voor Draadloze netwerkverbinding (selecteer het eigen draadloze netwerk en klik op Omhoog totdat deze bovenaan staat) en bij Windows Vista de taak Draadloze netwerken beheren in het Netwerkcentrum (sleep het eigen draadloze netwerk omhoog zodat deze bovenaan komt te staan).

Draadloos netwerk beveiligen met WPA- of WPA2-encryptie
Bij draadloze communicatie moet extra aandacht worden besteed aan de beveiliging, want een slecht beveiligd draadloos netwerk geeft alle buren die het signaal kunnen oppikken toegang tot de gedeelde mappen. Met onvoldoende beveiliging liggen de persoonlijke gegevens (wachtwoorden, e-mail, Live Messenger chats, bezochte websites, internetfavorieten en mogelijk ook de belastinggegevens) dus voor het oprapen!

Het versleutelen van het draadloze verkeer voorkomt dat onbevoegden het verkeer kunnen aftappen en gebruik (of misbruik) van de internetverbinding kunnen maken. De meeste routers ondersteunen WEP- en WPA-encryptie (ondersteunt der router geen WPA-beveiling, controleer dan via de website van de fabrikant of er eventueel een firmware upgrade beschikbaar is).

Het opzetten van een beveiligde WPA/WPA2-verbinding is niet zo heel erg moeilijk. Zorg er eerst voor dat de draadloze router is ingesteld op WPA of nog liever WPA2 (wordt WPA/WPA2 niet door de draadloze adapter ondersteund, controleer dan of er een software-update beschikbaar is). Bij het type gegevenscodering (de codering die wordt gebruikt bij het versleutelen van de datapakketjes) gaat de voorkeur uit naar AES (TKIP is een minder veilig, reeds gekraakt alternatief). Als sleutel voor toegang tot het draadloze netwerk kan het gemakkelijkst gebruik worden gemaakt van een Pre Shared Key (PSK), dit is een wachtwoord in de vorm van een zin. Na het instellen van de router kan een verbinding met het gewenste netwerk worden gemaakt door deze uit het overzicht van beschikbare draadloze netwerken te selecteren (mits de SSID niet wordt verborgen, want dan wordt het draadloze netwerk niet getoond). De wizard voor het maken van een draadloze verbinding vraagt na het selecteren van het gewenste draadloze netwerk de in de router ingevoerde WPA(2)-sleutel op te geven, waarna de verbinding automatisch wordt opgezet.

De instellingen voor het draadloze netwerk zijn bij Windows XP toegankelijk via de geavanceerde instellingen (op het tabblad Draadloze netwerken kan het voorkeursnetwerk worden geselecteerd). Bij de eigenschappen kan de netwerkidentificatie worden ingesteld op WPA-PSK en bij data encryptie worden gekozen voor AES (of het minder veilige TKIP). Vervolgens moet alleen nog de WPA-netwerksleutel tweemaal worden opgegeven.


De reeds ingestelde draadloze netwerken zijn toegankelijk via Netwerkcentrum, taak Draadloze Netwerken beheren. Zijn er meerdere draadloze netwerken ingesteld, dan kan het gewenste draadloos netwerk als voorkeursnetwerk worden ingesteld door deze omhoog te verslepen (zodat het als eerste wordt genoemd). Via de eigenschappen van de draadloze verbinding (rechter muisklik op het netwerk, kies Eigenschappen, tabblad Beveiliging) kan het beveiligingstype worden ingesteld op WPA of WPA2-Personal. Nadat het versleutelingstype is afgesteld op AES (of het minder veilige TKIP), hoeft alleen nog de netwerkbeveiligingssleutel te worden opgegeven.


Beveiligen met WPA- of WEP-encryptie?
De draadloze netwerkverbinding kan ook met WEP-encryptie worden beveiligd in plaats van met WPA/WPA2-encryptie. Zijn er bij WEP echter voldoende pakketjes onderschept, dan kan de WEP-code heel eenvoudig worden teruggerekend! Bij WEP wordt namelijk voor elk pakketje dezelfde sleutel gebruikt, terwijl bij WPA de code voor de versleuteling continu wijzigt. Codering op basis van WPA is dus veel veiliger!

Verlies van draadloze verbinding
Een met WPA versleutelde verbinding kan opeens wegvallen, bijvoorbeeld omdat deze te veel wordt gestoord door andere apparatuur. Valt de draadloze verbinding weg, controleer dan eerst even of dit niet wordt veroorzaakt door blokkade van de firewall! Worden de problemen hiermee niet opgelost door de firewall uit te schakelen of deze zelfs in zijn geheel te verwijderen, probeer dan eens het opnieuw aankoppelen van de adapter of zelfs een herstart van Windows. Is het probleem hiermee niet opgelost dan kan wellicht beter (het minder veilige) WEP worden gebruikt.

Maak gebruik van firewall software
Het is verstandig elke PC in het netwerk te voorzien van een eigen firewall Veiligheid voor alles, met name waanneer het netwerk is uitgebreid met draadloze functionaliteit! Worden bestanden gedeeld, dan zal de firewall op de betreffende PC iets soepeler moeten worden afgesteld zodat andere gebruikers binnen het netwerk toegang kunnen krijgen tot de gedeelde bestanden.

Vaste in plaats van dynamische adressen
In plaats van het dynamisch laten toewijzen van de IP-adressen (door de DHCP-server van de router), kan er ook gebruik worden gemaakt van vaste IP-adressen. Vaste IP-adressen hebben als grootste voordeel dat gedeelde mappen (en printers) makkelijker te vinden zijn, ook na een reset van de router na een stroomstoring.